Communicatie

Communicatie

Communicatie is een proces dat begint bij een zender die iets wil overdragen aan een ontvanger. Hij heeft een boodschap die hij via een medium stuurt naar een ontvanger. Bij verbale communicatie gebruikt de zender gesproken en geschreven taal. Bij non-verbale communicatie worden alle niet-talige vormen van communicatie bedoeld, zoals, het oogcontact, de stem, de geur, de gebaren. Watzlawick (1991) noemt dit digitale en analoge taal. Digitale taal is de ‘afgesproken’ taal. Het gaat dan om de gesproken taal die men kan decoderen door de betekenis ervan op te zoeken in een woordenboek. Bij analoge taal hebben we het over niet-afgesproken, vaak non-verbale communicatie zoals lichaamstaal (lichaamshoudingen, gezichtsuitdrukkingen en lichaamsbewegingen) die voornamelijk onbewust verlopen.

Een boodschap heeft:

    • Een zakelijk aspect: de beschrijving van feiten, de informatie in de boodschap.
    • Een expressief aspect: het gevoel, de emotie die de zender via de boodschap uit.
    • Een relationeel aspect : de verhouding van de zender en ontvanger tot elkaar die uit die boodschap blijkt.
    • Een appellerend aspect: het beroep dat op de ontvanger wordt gedaan met de boodschap (Michels, 2013).

Endt-Meijling (2007), onderscheidt 4 niveaus van communicatie:

  • Communicatie op betrekkingsniveau: communicatie die iets zegt over de relatie die je met de ander hebt.
  • Communicatie op inhoudsniveau: de communicatie inhoudelijk zo helder proberen te maken dat deze onafhankelijk is van de relatie tussen de gesprekspartners.
  • Impliciete communicatie: een vorm van communicatie waarbij we niet uit kunnen gaan van de letterlijke inhoud, maar waarbij we voor de juiste interpretatie kennis moeten hebben van de spreker, waartoe deze behoort en de context waarin gesproken wordt.
  • Expliciete communicatie: boodschappen waarbij men voor de juiste interpretatie kan volstaan met de inhoud van de boodschap.
Contexts of communication

Contexten van communicatie, (West & Turner, 2010).

De boodschapper probeert zijn gedachten te encoderen in een begrijpelijke boodschap voor de ontvanger. De ontvanger probeert deze boodschap om te zetten in eigen gedachten. Dit heet decoderen. Ieder persoon heeft een eigen referentiekader (gewoonten, regels, ervaringen, normen en waarden waarop de ontvanger zijn denken en handelen baseert). Het is dus belangrijk dat de zender van de boodschap zich probeert in te leven in de gedachten en behoeften van de ontvanger (Michels, 2013). Hoewel het zo kan lijken is de ontvanger nooit passief, want hij selecteert en koppelt de informatie aan de eerder aanwezige kennis die hij heeft en geeft hier vervolgens een eigen betekenis aan. Zo komt een ontvanger dus altijd tot een persoonlijke selectie, verwerking en dus ook tot een eigen waarneming en interpretatie van de boodschap. Je kunt geen ‘objectieve informatie injecteren’ in mensen (Michels, 2013). Het is dan ook aan te raden om te checken of de informatie die gegeven is begrepen is zoals deze bedoeld was door de zender. Wanneer de ontvanger reageert noemen we dit feedback. Als de zender daar weer op reageert heet dit terugkoppeling.

 

Communicatieproces

Communicatie proces, (Guffey, 2008).

 

Factoren die een rol kunnen spelen tijdens communicatie:

  • Maatschappelijke en omgevingsfactoren: De omgeving en situatie spelen een rol bij communicatie. Bijvoorbeeld het moment van de dag, als iemand een ochtendhumeur heeft, of de plaats, bijvoorbeeld op kantoor (formeel) of buiten op een bankje (informeel).
  • Cultuurverschillen zoals individualisme/collectivisme, machtsafstand/gelijkheid, mate van onzekerheidsmijding, masculiniteit/femininiteit en korte termijn oriëntatie/lange termijn oriëntatie kunnen een rol spelen.
  • Ruis: Interne ruis, de communicatie wordt verstoord door factoren binnen het directe communicatieproces. (Bijvoorbeeld wanneer zender en/of ontvanger de boodschap niet goed onder woorden kunnen brengen door onder andere een taalbarrière, maar bijvoorbeeld ook door een cultuurbarrière of persoonlijkheidseigenschappen zoals extraversie en introversie).

Referentiekaders, (West & Turner, 2010).

Individualisme

Individualisme (Wood, 2011)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Randvoorwaarden voor een constructief gesprek:

  • Inhoudsniveau: De feitelijke zaak wordt inhoudelijk besproken (inhoudelijk aspect).
  • Procedureniveau: de afspraken die nodig zijn om het inhoudelijke gesprek te laten plaatsvinden. Tijd, locatie, voorzitter, sprekers, werkvormen (procedureel aspect).
  • Interactieniveau: de manier van omgaan met elkaar, de omgangsvormen. Het wel of niet aanwezig zijn van vertrouwen en respect voor elkaar (relationeel aspect).
  • Gevoelsniveau: Het gevoel dat mensen hebben tijdens het gesprek, als gevolg van bovenstaande niveaus maar bijvoorbeeld ook door externe dingen zoals de thuissituatie (Dirkse-Hulscher, S. & Papas-Talen, 2007).

Houdt aandacht voor alle niveaus, herken en benoem problemen direct zodat de ‘storing’ niet verder naar beneden zakt en een constructieve communicatie in het gedrang brengt.

 

Bronnen

Endt-Meijling, M. v. (1999). Met nieuwe ogen: Werkboek voor de ontwikkeling van een transculturele attitude / martha van endt-meijling. Bussum: Coutinho.

Dirkse-Hulscher, S., & Papas-Talen, A. N. (2007). Het groot werkvormenboek: Dé inspiratiebron voor resultaatgerichte trainingen, vergaderingen en andere bijeenkomsten / sasja dirkse-hulscher en angela talen ; [tek.: Sasja dirkse-hulscher] (1ste dr. ed.). Den Haag: Academic Service.

Guffy, M. E. (2008). Business Communication 6th ed. South-Western Cengage Learning, USA

Michels, W. J. (2013). Communicatie handboek: Wil Michels (Vierde druk. ed.). Groningen: Noordhoff Uitgevers.

West, R. L., & Turner, L. H. (2010). Introducing communication theory: Analysis and application. Boston: McGraw-Hill.

Wood, J. T. (2011). Communication mosaics: An introduction to the field of communication. Boston, MA: Wadsworth Cengage Learning.

FacebookTwitterGoogle+Share