Huwelijk

Huwelijk

 

Je bent jong, net van school af en je hebt een baan. Sinds een paar jaar heb je ook een relatie maar het laatste waar je aan zit te denken is meteen in een huwelijk te stappen. Samenwonen? Kinderen? Allemaal dingen waar je liever nog even niet aan denkt. YOLO, right?

Waar vroeger de volgorde verkering, huwelijk, samenwonen, seks en dan kinderen de norm  was is dat nu heel anders.  Anno 2014 is de volgorde seks, samenwonen, misschien kinderen en misschien wel nooit een huwelijk de norm. De gemiddelde man in Nederland trouwt  op zijn 37e en de gemiddelde vrouw op haar 33e (CBS, 2013). Mocht je ooit trouwen dan rijst de vraag welke invloed je voorhuwelijkse ervaringen met verschillende partners hebben op je tevredenheid over je huwelijk. Hebben je ervaringen met verschillende partners een positieve of een negatieve invloed op je huwelijk.

Uit een 5 jaar durend onderzoek van Rhoades & Stanley (2014) onder meer dan 1000 ongehuwde Amerikaanse jongeren tussen 18 en 34 komen de volgende conclusies naar voren:

  1. Je eerdere ervaringen, in het bijzonder op het gebied van liefde, seks en kinderen hebben invloed op de kwaliteit van je toekomstige huwelijk.
  2. Sommige koppels schuiven van de ene relatie naar de andere in tegenstelling tot koppels die bewustere, intentionele  keuzes maken. De koppels die bewustere meer intentionele  keuzes maken zijn beter af in hun huwelijk.
  3. Keuzes die gemaakt worden lijken iets belangrijks te zeggen over de kwaliteit van het huwelijk.

De eerste conclusie is als volgt. Zo blijkt uit het onderzoek dat 90% van de Amerikanen seks hebben voor het huwelijk. Vele hebben seks met verschillende partners. En, hebben deze ervaringen dan invloed op hun huwelijk later? Het blijkt dat wanneer partners alleen seks hebben gehad met hun toekomstig partner zij een grotere tevredenheid rapporteren over hun huwelijk in vergelijking met personen die ook seks hebben gehad met anderen dan hun toekomstig partner.

Dat lijkt vreemd want in een werkomgeving verwachten we juist veel ervaring. Hoe meer ervaring in het werk hoe beter de prestaties, toch? Hoe meer ervaring in relaties, hoe wijzer en meer kans op slagen in het huwelijk, toch? Dat blijkt dus niet zo te zijn. Een reden kan zijn dat meer ervaring in liefdesrelaties kan leiden tot minder tevredenheid over het huwelijk omdat je je meer bewust bent van het bestaan van andere, alternatieve partners. Een sterk gevoel van alternatieve partners maakt het moeilijker om tevreden en verbonden te blijven met wat iemand al heeft (Rusbult & Buunk, 1993; Thibaut & Kelley, 1959). Rhoades & Stanley (2014) geven aan dat mensen die veel partners hebben gehad voor hun huwelijk hun  huidige partner kunnen vergelijken op vele gebieden als conflict management, dating style, fysieke aantrekkelijkheid, seksuele vaardigheden, communicatie vaardigheden et cetera. Door het trouwen geeft iemand andere mogelijkheden op. En voor iemand met veel ervaring met anderen kan dat een grotere opgave zijn dan voor iemand die geen ervaring met anderen heeft. Ook heeft iemand die vele ervaringen achter zich heeft vaker ervaring gehad met het uitmaken van een relatie. Het kan zijn dat iemand die vele relaties heeft beëindigd een meer pessimistische blik heeft wat betreft relaties en liefde (het kan toch zo voorbij zijn).

 

Huwelijk

Huwelijk

 

De tweede conclusie laat zien dat het nogal wat uitmaakt of je bewust plant tussen overgangen in je relatie of dat je ze zomaar laat gebeuren zonder er veel aandacht aan te besteden. In relaties ge je door belangrijke mijlpalen, de eerste keer seks, samen gaan wonen, verloving, trouwen, kinderen krijgen. Deze overgangen vereisen belangrijke beslissingen, ga je samenwonen voordat je je verlooft of daarna of doe je dat pas nadat je getrouwd bent? Koppels die deze zaken serieus nemen en van te voren plannen rapporteren een hogere tevredenheid over hun huwelijk dan koppels die het maar laten gebeuren zonder er al teveel aandacht aan te besteden.

Een voorbeeld is bijvoorbeeld of samenwonen voordat je trouwt een positief effect of een negatief effect heeft op je tevredenheid over je huwelijk. Je zou zeggen dat samenwonen voordat je gaat trouwen er voor zorgt dat partners zich aan elkaar kunnen aanpassen en dat dit een makkelijkere transitie mogelijk maakt naar een huwelijk. Het blijkt echter dat samenwonen voor het huwelijk verband houdt met een lagere tevredenheid over het huwelijk later. Een reden kan zijn dat samenwonen het moeilijker maakt om uit elkaar te gaan (Rhoades, Stanley, & Markman, 2012). Samenwonende partners hebben samen meubilair gekocht, hebben huisdieren, leningen zijn gewend om op een bepaalde manier (samen) dingen te doen. Allemaal dingen die het moeilijker maken om uit elkaar te gaan. Het kan dus zijn dat deze koppels in een relatie blijven terwijl ze niet zo zeker zijn of ze dit nu wel willen, en later trouwen terwijl ze dat anders (hadden ze niet samengewoond) niet gedaan zouden hebben (Kline et al., 2004; Stanley, Rhoades, et al., 2006; Stanley, Rhoades, & Whitton, 2010; Stanley, Whitton, & Markman, 2004). Het samenwonen maakt het voor deze stellen dus moeilijker om van koers te veranderen. Samenwonen is niet een goede test om te kijken of een partner wel de juiste is voor je. Samenwonen maakt het namelijk moeilijker (het samenvoegen van financiën, delen van vrienden, samen een huisdier nemen, etc.) om uit elkaar te gaan. Andere tests die je wel zou kunnen inzetten die minder gedwongen zijn kunnen de volgende zijn: ga samen iets doen, bijvoorbeeld een reis, ontmoet elkaars ouders, observeer je vriend of vriendin in verschillende situatie’s of vraag de mening van anderen.

Een laatste conclusie is dat er een verband bestaat tussen het aantal genodigden op het (officiële) huwelijk en je tevredenheid over je huwelijk. Hoe meer mensen er op je huwelijk zijn hoe tevredener je bent over je huwelijk. Hiermee lijkt ondersteuning door je omgeving tijdens het date proces en later tijdens je huwelijk een belangrijke factor in de kwaliteit van je huwelijk.

Een verklaring hiervoor kan zijn dat het bewust kiezen voor een publieke ceremonie een duidelijk gekozen verplichting aangaande het huwelijk symboliseert. Het maken van een duidelijke keuze om je te verplichten aan een optie en andere opties te laten vallen versterkt de neiging van een persoon om door te zetten. Huwelijksceremonies zijn een fundering van de verplichting die partners aangaan. In een eerder artikel bespraken we reeds dat wanneer mensen een onomkeerbare keuze maken zij uiteindelijk een grotere tevredenheid ervaren met hun gekozen optie dan wanneer zij de mogelijkheid krijgen om hun keuze nog te veranderen. Een huwelijksceremonie waarbij de symbolische woorden ‘’tot de dood ons scheidt’’ (een onomkeerbare keuze) lijkt hiermee in lijn te zijn.

Als laatste nog een aantal tips op basis van het onderzoek van Rhoades & Stanley (2014) voor een grotere tevredenheid over je  huwelijk:

  1. Zorg dat je bewuste beslissingen neemt waar je goed over nadenkt als het aankomt op relaties en je toekomst.
  2. Bespreek met je aanstaande  partner je vroegere ervaringen (die je hebt gehad met partners) en welke positieve dingen je van deze ervaringen hebt geleerd.
  3. Zoek advies van andere mensen, boeken, cursussen, workshops, coaching etc. Deze kunnen je kansen op een gelukkiger huwelijk vergroten
  4. Wanneer je twijfelt of je relatie of huwelijk een succes gaat worden kun je overwegen om gebruik te maken van relatie coaching. Onderzoeken laten zien dat koppel therapie en educatieve relatie coaching programma’s effectief zijn (Blanchard, Hawkins, Baldwin, & Fawcett, 2009; Christensen et al., 2004; Christensen & Heavey, 1999; Fawcett et al., 2010; Hawkins, Blanchard, Baldwin, & Fawcett, 2008)

 

Bronnen:

Blanchard, V. L., Hawkins, A. J., Baldwin, S. A., & Fawcett, E. B. (2009). Investigating the effects of marriage and relationship education on couples’ communication skills: A meta-analytic study. Journal of Family Psychology, 23(2), 203-214. doi: 10.1037/a0015211

CBS. ( 2013). http://statline.cbs.nl/StatWeb/publication/?VW=T&DM=SLNL&PA=37772ned&D1=5-34&D2=l&HD=120104-1417&HDR=G1&STB=T

Christensen, A., Atkins, D. C., Berns, S., Wheeler, J., Baucom, D. H., & Simpson, L. E. (2004). Traditional versus Integrative Behavioral Couple Therapy for significantly and chronically distressed married couples. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 72(2), 176-191. doi: 10.1037/0022-006X.72.2.176

Christensen, A., & Heavey, C. L. (1999). Interventions for couples. Annual Review of Psychology, 50, 165-190.

Fawcett, E. B., Hawkins, A. J., Blanchard, V. L., & Carroll, J. S. (2010). Do premarital education programs really work? A meta-analytic study. Family Relations, 59(3), 232-239. doi: 10.1111/j.1741-3729.2010.00598.x

Hawkins, A. J., Blanchard, V. L., Baldwin, S. A., & Fawcett, E. B. (2008). Does marriage and relationship education work? A meta-analytic study. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 76, 723-734.

Kline, G. H., Stanley, S. M., Markman, H. J., Olmos-Gallo, P. A., St. Peters, M., Whitton, S. W., & Prado, L. M. (2004). Timing is everything: Pre-engagement cohabitation and increased risk for poor marital outcomes. Journal of Family Psychology, 18(2), 311-318.

Rhoades, G. K., Stanley, S. M., & Markman, H. J. (2012). The impact of the transition to cohabitation on relationship functioning: Cross-sectional and longitudinal findings. Journal of Family Psychology, 26(3), 348-358. doi: 10.1037/a0028316

Rusbult, C. E., & Buunk, B. P. (1993). Commitment processes in close relationships: An interdependence analysis. Journal of Social and Personal Relationships, 10(2), 175-204.

Rhoades, G. K. & Stanley, S. M. (2014)  Before “I Do” What Do Premarital Experiences Have to Do with Marital Quality Among Today’s Young Adults?, University of Virginia, Charlotsville, VA.

Stanley, S. M., Whitton, S. W., & Markman, H. J. (2004). Maybe I do: Interpersonal commitment and premarital or nonmarital cohabitation. Journal of Family Issues, 25(4), 496-519.

Stanley, S. M., Rhoades, G. K., & Markman, H. J. (2006). Sliding vs. deciding: Inertia and the premarital cohabitation effect. Family Relations, 55, 499-509. doi: 10.1111/j.1741-3729.2006.00418.x

Stanley, S. M., Rhoades, G. K., Amato, P. R., Markman, H. J., & Johnson, C. A. (2010). The timing of cohabitation and engagement: Impact on first and second marriages. Journal of Marriage and Family, 72(4), 906. doi: 10.1111/j.1741-3737.2010.00738.x

Thibaut, J. W., & Kelley, H. H. (1959). The social psychology of groups. Oxford, England: Wiley.

FacebookTwitterGoogle+Share

lees meer

 

Alles in het leven is relatief. Zo heeft een product bijvoorbeeld geen vaste objectieve waarde. Een glas water thuis kost je nog geen cent, een glas water uit een flesje in een chique restaurant kost je het 100-voudige. Een kopje koffie uit de koffiezetapparaat thuis kost je nog geen 10 cent. Bij Starbucks betaal je met liefde het 40-voudige.

Hoeveel geld zou je bereid zijn te betalen voor een autoradio als je er vandaag eentje zou moeten kopen? 100 euro? 150 misschien? Wanneer je net een proefrit in die fonkelnieuwe auto van 25.000 euro hebt gemaakt en je hebt een uur zitten onderhandelen over de prijs met de autoverkoper weet hij het goed gemaakt. Je krijgt de auto met het nieuwste generatie audiosysteem waarvan de radio alleen al 749 euro kost nu voor maar 500 euro. Al glinsterend van geluk onderteken je de koopovereenkomst. Wat is er aan de hand? Hoe komt het dat je dit soort ‘irrationele’  beslissingen neemt? Zoals gezegd heeft het te maken met relativiteit. Zie bijvoorbeeld de onderstaande zwarte cirkels. Hoewel ze beide even groot zijn is onze perceptie ervan verschillend. En zo werkt het o.a. ook met de prijzen van producten.

Neem bijvoorbeeld de  Mediamarkt waar rijen en rijen televisies in verschillende prijsklassen opgesteld staan zodat je zowel de prijzen als ieder ander detail kunt vergelijken. Details waar je misschien zelf niet eens bij stilgestaan had. Maar de marketing afdeling van de tv producenten uiteraard wel. Je vergelijkt en vergelijkt en neemt niet de duurste maar ook zeker niet de goedkoopste televisie. Want ja de goedkoopste televisie… dat past waarschijnlijk niet zo goed bij je zelfbeeld. Thuis aangekomen met een televisie die je waarschijnlijk meer gekost heeft dan je van plan was uit te geven zul je die vergelijkingen nooit weer maken. De tv die 300 euro goedkoper was en 25% minder resolutie heeft had waarschijnlijk even mooi gestaan in je woonkamer. (Maar nu heb je in ieder geval een tv die een resolutie van een triljard plus pixels heeft. Je weet wel eentje die de eerstkomende twintig jaar nog door geen enkele kabelmaatschappij met de juiste uitzendingen wordt ondersteund).

Een ander voorbeeld. Je staat op het punt om een USB-stick te kopen voor 10 euro wanneer je je buurman tegen komt die je vertelt dat er op 20 minuten loopafstand dezelfde USB-stick de helft goedkoper is. Je zou dus in absolute termen 5 euro besparen en bent daarmee relatief de helft goedkoper uit wanneer je naar die andere winkel toe loopt. Loop je naar die andere winkel of niet? Stel je nu voor dat je op het punt staat om de eerder besproken tv van 2000 euro te kopen. weer komt je buurman en wijst je er op dat de tv op 20 minuten loopafstand 5 euro goedkoper is. Zou je er nu heen lopen? Als het antwoord nee is moet je je toch echt afvragen waarom je dat niet doet. Het gaat toch allebei de keren echt om 5 euro. De ene 5 euro is evenveel waard als de andere.

 

Relativity Dan Ariely

Relativiteit

 

Dan Ariely is een Amerikaanse psychologie en ‘behavioral economics’ professor van Israelische afkomst. Hij is de schrijver van onder andere Predictably irrational en The upside of irrationality. In zijn boeken en deze video legt Dan uit dat dat we minder rationeel zijn dan we onszelf doen geloven.

De economische theorieën gaan ervan uit dat mensen altijd rationele (bewuste, weldoordachte) keuzes maken. Psychologische factoren als emoties, verlangen of de invloed van de omgeving en situatie worden vaak onderschat of niet meegenomen in economische theorieën. En niet alleen door economische theorieën maar ook door onszelf.

 

Predictably Irrational

Predictably Irrational – Dan Ariely

 

Zo menen de hoge heren van financiële instellingen allemaal te weten dat een hogere bonus op het werk leidt tot betere prestaties. Toch? Of zouden sociale normen en vertrouwen misschien ook een rol spelen? En hoe komt het dat we zo weinig zelfcontrole hebben? We nemen onszelf voor om te gaan diëten (aan die opdracht te beginnen, het gras te maaien, het belastingformulier in te vullen, etc.) maar nu nog even niet. Het welbekende uitstelgedrag. Volgende maand gaan we zeker diëten zeggen we nu. En als het volgende maand is… Nou dan weet je het wel. We nemen ons thuis voor om aan veilige seks te doen, maar wanneer we geen condoom ter beschikking hebben maakt dat opeens niet zoveel meer uit. Want ja ons overkomt natuurlijk niks slechts. Dat gebeurt alleen andere ‘onvoorzichtige’ mensen zeggen we als we thuis veilig op de bank zitten. En hoe komt het dat jij meestal meer waarde hecht aan jouw tweedehands spullen dan iemand die ze wil kopen? Of, welke kast vind je mooier? Degene die je kant en klaar koopt of degene die je bij de IKEA haalt en waar je 2 uren mee bezig bent om in elkaar te zetten. Laat je verassen door antwoorden  op dit soort vragen door Dan Ariely.

 

 


lees meer

 

Dan Gilbert is een psychologie professor bij Harvard University en de auteur van “Stuiten op geluk”. Hij daagt het idee uit dat we ongelukkig worden als we niet krijgen wat we willen. Ons “psychologisch immuunsysteem” zorgt dat we ons oprecht gelukkig voelen, zelfs als de dingen niet gaan zoals we gepland hadden.

Experience simulator

Volgens Dan zijn we allemaal in ons hoofd voorzien van een ‘experience simulator’.  Om te weten of we iet leuk, minder leuk, lekker of vies zullen vinden hoeven we niet alles aan den lijve te ondervinden. We kunnen een inschatting maken door in ons hoofd te verbeelden hoe een ervaring zal smaken of voelen en hoe gelukkig of ongelukkig we daar van zullen worden. Wanneer we bijvoorbeeld denken aan wie gelukkiger zal zijn, iemand die miljoenen wint in de loterij of iemand die een ongeluk krijgt en in een rolstoel beland dan hoeven we die situaties niet eerst te beleven om een oordeel te vellen. We kunnen ons er een voorstelling van maken en weten direct welke van de twee gelukkiger zal zijn. Een verkeerde voorstelling, want mensen in een rolstoel blijken niet ongelukkiger te zijn dan loterijwinnaars blijkt uit onderzoek (Brickman, Janoff-Bulman & Coates, 1978).

De toekomst voorspellen

Dan heeft het ook over de ‘impact bias’. Een bias die ons aanzet tot het overschatten van de negativiteit en de duur van een negatieve ervaring. Wanneer we ons onder andere voorstellen dat onze liefdesrelatie eindigt, of we worden afgewezen door een werkgever denken we dat we ons veel langer slecht zullen voelen dan daadwerkelijk het geval is. We houden geen rekening met onze psychologische immuunsysteem (Gilbert, Pinel, Wilson, Blumberg &Wheatley, 1998).

Dan geeft een aantal voorbeelden van mensen die vreselijke dingen hebben meegemaakt hebben en toch claimen zich erg gelukkig te voelen. Voorbeelden die het bestaan van natuurlijk geluk en synthetisch geluk onderschrijven. Bij natuurlijk geluk krijgen we datgene wat we altijd al wilden. Bij synthetisch geluk krijgen we wat we niet wilden maar maken we er het mooiste van. In onze maatschappij geloven we dat synthetisch geluk van mindere waarde is dan natuurlijk geluk.

Vrijheid om te veranderen van keuze

Keuzevrijheid is een goede zaak (zou je zeggen), en zeker wanneer eenmaal gemaakt keuzes nog een paar dagen omkeerbaar. Toch? In een experiment waarbij studenten een keuze mochten maken welke van de twee mooiste foto’s die ze zelf gemaakt hadden konden meenemen naar huis (Gilbert&Ebert, 2002) bleek dat studenten de foto die ze meenamen mooier vonden wanneer zij geen mogelijkheid kregen om hun keuze binnen een aantal dagen terug te draaien. De groep studenten die wel de mogelijkheid kregen om binnen een aantal dagen te wisselen van foto waren ontevredener met hun gekozen foto. Ook nadat de periode om om te ruilen verstreken was. Degenen zonder de mogelijkheid tot omruilen waren meer tevreden met de foto die ze hadden gekozen.

Tsja logisch, dat doe je bewust om je eigen keuze goed te praten zou je zeggen. Maar dat blijkt niet zo bewust te zijn als je zou denken (Lieberman, Ochsner, Gilbert&Schachter, 2001).

Aan een hele nieuwe groep studenten (controlegroep) werd uitleg gegeven over een fotocursus die zou plaatsvinden op school en er werd hen gevraagd of ze in de onomkeerbare keuze groep wilden zitten of de omkeerbare keuze groep. 66% wenste in de omkeerbare keuze groep te zitten. De groep die uiteindelijk als meest ongelukkige zou eindigen met hun zelfgekozen foto’s.

Mooi om aan te denken hoeveel keuzevrijheid goed voor ons is wanneer we ons gelukkiger willen voelen. Door onszelf te begrenzen in onze keuzevrijheid kunnen we geluk, die we doorgaans buiten onszelf zoeken binnen onszelf vinden.

 

Bronnen:

Brickman, P., Janoff-Bulman, R., & Coates, D. (1978). Lottery winners and accident victims: is happiness relative?. (Journal of Personality and Social Psychology, Vol. 36, No. 8, Aug. 1978, p. 917-927.)

Gilbert, D. T., Pinel, E. C., Wilson, T. D., Blumberg, S. J., & Wheatley, T. (1998). Immune neglect: A source of durability bias in affective forecasting. Journal of Personality and Social Psychology, 75, 617-638.

Gilbert, D. T., & Ebert, J. E. J. (2002). Decisions and revisions: The affective forecasting of changeable outcomes. Journal of Personality and Social Psychology, 82, 503-514.

Lieberman, M. D., Ochsner, K. N., Gilbert, D. T., & Schacter, D. L. (2001). Do amnesics exhibit cognitive dissonance reduction? The role of explicit memory and attention in attitude change. Psychological Science12, 135-140.

 

 


lees meer